Speel Jezelf / Blog

Presentatie 29 april Teatro Munganga Amsterdam, aanvang 15 uur. Zie het affiche onderaan deze pagina.

Bestellen? Stuur me een mail met je gegevens en ik stuur het je toe. De prijs is 19,90 ex verzendkosten.

 

Waarom dit boek?

Ik ben improviserend muzikant. Ik speel, geef lessen en workshops. Daarbij gaat het mij om eigenheid: volg je hart en word aanstekelijk voor anderen.

Het is gek dat juist in de gemproviseerde muziek zoveel nadruk wordt gelegd op het zoeken van houvast. Er wordt genvesteerd in kennis en gebaande wegen. Prima natuurlijk, maar de echte kunst is springen! Van de hoge duikplank om precies te zijn. En daar is gek genoeg nog niet zo veel over geschreven.

Hoe breng je de creatieve drang die in je zit tot ontwikkeling in een eigen taal die recht doet aan jouw talent? Precies daar wil ik je met mijn boek toe verleiden: Speel Jezelf!

Illustratie van Birgitta Schwansee bij het hoofdstuk ‘Draken op je pad’.

 

Mag leren ook leuk zijn?

Als klein kind leren we vanzelf. Omdat we niets liever willen. En eigenlijk is dat nog steeds zo, alleen hebben we het vermogen om onze neus achterna te gaan vaak afgeleerd. Stilzitten en luisteren, en vooral binnen de lijntjes kleuren, dat is hoe we denken dat we moeten leren.

Ik wil je verleiden om je leerweg spelenderwijs vorm te geven. Omdat jezelf ontwikkelen niet alleen een innerlijke behoefte is, maar ook gewoon een feestje.

Het is leuker leren uit een mooi boek!

De tekeningen van kunstenares Birgitta Schwansee vormen een eigen muzikale kalligrafie die veel verder gaat dan louter illustratie van de tekst. Haar vormgeving staat in nauwe eenheid met de inhoud en raakt aan muziek en dans waardoor het boek een sfeer van lichtheid en vrijheid ademt.

Tot de presentatie wekelijks een fragment uit Speel Jezelf op deze blog.

 

1 – Talent

Je talent is je eigenheid
Definieer talent als eigenheid en niet als de optelsom van allerlei dingen waar je goed in bent. Het is dus niet: mijn talenten, maar mijn talent. Hoe specifieker je je eigenheid leert kennen en mettertijd definiren, hoe beter. Daar zijn al je kwaliteiten en vaardigheden dienstbaar aan. Die oefen je een leven lang ten dienste van je talent.

Het is daarbij niet straks als ik goed ben want dat ben je al. Je Talent daar ben je mee geboren, je bent een geboren specialist. Ook is het niet zo dat je het pas gaat definiren als je je alle vaardigheden eigen hebt gemaakt. Dan kom je er nooit aan toe want leren is eindeloos. Nee, je definieert je eigenheid en bepaalt van daaruit wat voor jou zinvol is om te oefenen, namelijk precies dat wat daar dienstbaar aan is. Gezond eigenwijs dus. En in het oefenen en je speelpraktijk verfijnt zich vervolgens de kennis van je talent, tot je heel precies kunt doseren wat je doet en waarom – zoals je dat oude meesters ziet en hoort doen.

Word eigenaar van je leren
Oefenen is goed, prettig om te doen en belangrijk. Maar niet omdat je al de dingen die anderen je aandragen of waarmee je jezelf achter de broek zit, zou moeten kunnen spelen. Nee, zie oefenen liever als een slijpsteen voor je talent. Je vergroot je uitdrukkingsmogelijkheden en verfijnt daarmee je talent tot in het oneindige.

Je voorkomt verspilling van energie als je je niet eerst door bergen oefenstof hoeft heen te werken die niet bij je past. Dat is hoe veel leerboeken werken of wat je verteld wordt dat je moet doen. Maar tegen de tijd dat je al die stof verwerkt hebt, ben je de draad van je eigenheid kwijt, en het is een hele toer om die weer terug te vinden. Een probleem waar menig afgestudeerd musicus tegenaan loopt: waar deed ik het ook al weer om, wat vond ik er zo leuk aan? Je zou de eerste niet zijn die de strijkstok aan de wilgen hangt, en juist daarom is het zo belangrijk van meet af aan contact te houden met je talent, en je van daaruit te ontwikkelen.

Hoe werkt leren van binnen uit?

Ik vertel je er alles over tijdens de presentatie van Speel Jezelf op 29 april in Teatro Munganga. Kijk onderaan de pagina voor adres en tijden.

2 – Oefen minder, luister meer!

Eigenlijk vergissen we ons voortdurend: we blijven maar werken en schaven aan ons eigen spel, in de overtuiging dat dat niet goed genoeg zou zijn. Daarmee doen we te hard ons best en het leidt niet tot het gewenste resultaat. Waar het bij muzikaal samenspel om gaat, is de input. Wat hoor ik? Als je echt luistert, pas je je output aan op wat je hoort, en dat gaat grotendeels vanzelf.

‘Maar ik luister toch? Anders zou ik niet kunnen samenspelen’ zul je denken. Toch is het maar de vraag of je je bewust bent van wat je werkelijk hoort. Horen kent vele lagen, je kunt horen waar je je op richt en de rest wegfilteren. Je hoort in een repetitie bijvoorbeeld het aftellen en een paar basale dingen waar je je op richt zoals de drums of de baspartij die het mogelijk maken je partij te spelen.

Maar ga eens bewust luisteren. Je zult merken dat er nog een hoop meer te horen valt. Je kunt ook de inademing van je buurman horen. Je kunt horen dat de kruk van de drummer piept. Een trompettist zit door zijn embouchure heen, die ene baritonsax is steeds net iets eerder met inzetten dan de anderen, achter je wordt een aanwijzing gefluisterd en buiten blaft een hond.

Er zijn tientallen dingen te horen die je normaal niet opvallen. Dat geldt voor elke situatie. Normaal gesproken neemt het automatisme de overhand. Er zit een filter op wat je hoort en dat is maar goed ook. Voor kijken geldt hetzelfde, en voor voelen en ruiken ook. Als steeds alle indrukken bewust binnen zouden komen, zou je hoorndol worden.

Maar als muzikant wil je in een speelsituatie bewust kunnen luisteren. Luisteren alsof je voor het eerst hoort, alsof je gisteren oren hebt gekregen. Dat valt nog niet mee! Een valkuil is dat je denkt dat je luistert, maar in werkelijkheid ben je overal en nergens met je gedachten, of je let op andere dingen. ‘Wat glimt die bladzijde’ of ‘ik moet nog wel even langs de avondwinkel straks’. Of ik nu voor een orkest sta of zelf speel, ik kan mezelf voortdurend tot de orde roepen om echt te blijven horen wat er klinkt.

Hoe dan ook is luisteren de ingang om je spel in een ensemble te sturen. Dus hoe paradoxaal dat misschien ook klinkt: richt je niet op jezelf om je eigen bijdrage te verbeteren. Als je goed luistert gaat dat vanzelf. Je zou het bijna bijvangst kunnen noemen.

3 – Spring!

In improvisatie kun je twee dingen doen: springen of je indekken. Als je je indekt, spring je niet echt in het diepe en dat is jammer. Je doet jezelf, je medespelers en je toehoorders tekort. Misja Mengelberg zei het in een interview eens zo: ‘hoe kan ik nu mijn improvisatie oefenen, dat is alsof ik dit gesprek zou oefenen’ en zo is het. In een improvisatie begin je zonder te weten hoe het afloopt. Al doende vind je je weg en kom je dingen tegen waar je van tevoren nooit van had verwacht dat ze konden. Dingen die je niet had kunnen componeren. Ze bestaan ook alleen bij de gratie van dat ene unieke moment, in de inspiratie of de ontmoeting tussen muzikanten.

Het leuke is dat het Engelse woord ‘improve’ er in zit. Anders dan de veelgebruikte bijbetekenis ‘aanmodderen’ die veel mensen aan improvisatie geven (tja, we improviseren maar een beetje). Het tegendeel is waar: het is niet aanmodderen maar het beste in jezelf naar boven halen. Door in een situatie te stappen waarvan je niet weet hoe die verder gaat verlopen, zet je jezelf op scherp: ‘o jee, wat nu?’ De adrenaline gaat stromen en je hele mechanisme springt op alert.

Maar we willen ons het liefste indekken tegen onzekerheden. We willen de garantie dat het goed gaat klinken. En dus studeren we een fraaie lick in. Het liefst in alle toonsoorten. Of we oefenen toonladders, zodat we vastigheid hebben, een anker. Maar daar zitten we vervolgens mooi mee, met die vastigheid. Want vastzitten is niet wat je wilt in een improvisatie, daar wil je avontuur. En dus gooi je met het indekken ook de schoonheid van de ontmoeting weg. We zouden er beter aan doen het niet weten te verwelkomen en te zien wat daaruit ontstaat. Er is niets op tegen om je toonladders te ontwikkelen zolang je maar niet denkt: zodra ik die ken ga ik improviseren. Dat moment komt nooit, omdat er dan weer iets anders is dat je niet beheerst. Ontwikkel de twee sporen parallel. Je interactiespoor behoeft net zo goed training en onderhoud als het spoor van kennis en instrumentbeheersing.

Dus als het erop aankomt: spring! Met een idee, een vonk, met inspiratie, maar zonder precies te weten hoe die vorm zal krijgen. In het contact en de alertheid die vanuit de spanning ontstaan, opent zich een weg die je van tevoren niet had kunnen bedenken – laat staan hoe die er uit zou zien. Dat ene moment: ‘ga ik wel of ga ik niet, gooi ik me er in of speel ik op safe’ valt alleen live in de interactie te praktiseren en dus als het spannend is. Daar is geen ontkomen aan.

4 – De muziek speelt zichzelf

De muziek beheersen door hard na te denken levert bedachte muziek op. De Duitsers hebben daar een mooi woord voor: Kopfmusik. Als het je lukt om je hoofd relatief leeg te maken, door praktische oefeningen (zie deel II) en drakenbeheer, is het mogelijk te luisteren naar de ingevingen die binnenkomen. Dit is je inspiratie. Als je goed luistert is die er voortdurend. Het is een stroom waarop je je kunt leren aansluiten.

Pas vervolgens het principe ‘First Thought Best Thought’ toe. Dat wil zeggen: volg je eerste ingeving nog voordat de censor van het denken ertussen kan komen. Handel niet in tweede maar in eerste instantie. Bijvoorbeeld er valt een gat en er is geen solist. Jij hebt zin. Je voelt dat maar je gaat eerst om je heen staan kijken: ‘is er iemand anders die ook wil? Nee? Ok, dan ga ik.’ Maar het heilige vuur is er na die tien seconden die er tussen zit al lang uit, het denken is in het gat gesprongen (draken) en je impuls is tweedehands energie geworden. Zonde, want die o zo spannende maar geïnspireerde sprong in het diepe ‘in-the-spur-of-the-moment’ had de situatie enorm vooruit geholpen.

Timing is specialistenwerk. Het is onderdeel van je improvisatiekunst en dat kun je trainen. Wat je oefent, is het moment van inspiratie te vertrouwen en ernaar te handelen. Dat genereert energie. Als je dat doet houd je de zaak aan het rollen, want iedere golf veroorzaakt weer een nieuwe, bij jou en bij je medespelers. Zo ga je surfen op inspiratie. Heerlijk!

5 – Oefening 16: beperkingen inbouwen om vrijheid te veroveren

Een moedwillige beperking in je bewegingsvrijheid inbouwen levert op dat je je moet zien te redden in de ruimte die overblijft. Als dit een ruimte is waar je niet comfortabel bent,  zal deze oefening in eerste instantie een mindere tot ronduit abominabele solo opleveren. In tweede instantie zul je meer vrijheid verwerven in die ruimte en op den duur zul je deze kunnen integreren in je normale spel, in plaats van deze te moeten vermijden.

Een voorbeeld: je bent niet comfortabel in het hoge register. Definieer dit register en beperk jezelf daartoe: ‘ik mag nu even alleen boven de hoge D soleren’. Oeps. Dan blijft er wel heel weinig over en het klinkt wel heel pieperig. Akelig kattengejank.  Maak één noot mooi en bouw uit. Of oefen tot hetgeen je in je hoofd hebt beter klinkt. Dat zal vaak resulteren in oefenen op de techniek van je instrument. Prima.

Meer voorbeelden:

      • een solo op één snaar
      • in één positie (snaarinstrumenten)
      • zonder een van beide handen (sax, piano)
      • consequent de eerste tel niet spelen
      • jezelf opleggen op de eerste tel een bepaalde akkoordtoon te spelen
      • soleren in frases van max 2 seconden en toch samenhang behouden
      • in frasen van vijf maten of langer (want je stopt automatisch steeds na vier om adem te halen)
      • beginnen met een opmaat als je geneigd bent om steeds op of na de eerste tel van een zin te beginnen

Je zult verbaasd staan hoeveel creativiteit er uit beperking van ruimte ontstaat, mits je deze oefening voldoende tijd geeft: je haalt jezelf uit je routine. Heel nuttig. Richt de oefening zo in dat die is toegesneden op de routine die je wilt doorbreken. Vervolgens integreer je je vondsten in je normale spel.